• Carleen Mesters

Wrap up paneldiscussie 20 oktober tijdens de Week van de Mediation

Bijgewerkt: nov 3

Schets korte aanleiding

Tijdens een interactieve paneldiscussie in het kader van de week van de mediation op 20 oktober in Nijkerk, spraken we met een panel bestaande uit Joost Reus (wethouder Culemborg), Almar Otten (Coördinator Duurzaamheid Deventer), Theo van Bruggen Nationaal Programma RES) het onderwerp ‘niet in mijn achtertuin’. Daarbij kwam aan de orde hoe je als overheid omgaat met de energietransitie, boze burgers, hoe je burgerparticipatie vormgeeft, wanneer je een onafhankelijke mediator of procesbegeleider nodig zou kunnen hebben en wat er voor nodig is om zo iemand in te schakelen. En dat alles rondom voorbeelden die te maken hebben met windmolens en energietransitie. Jeroen Bartels was gespreksleider van het programma. Carleen Mesters boog zich over inhoudelijke vragen uit de chat, gaf deze online door aan Jeroen, die ze weer mondeling deelde met de panelleden.

Mediation met de overheid en aandachtspunten voor mediators Na een warm welkom van voorzitter Hans Bekkers gaf Linda Reijerkerk vanuit haar ervaring als mediator in multiparty zaken met de overheid een inkijkje in wat er bij komt kijken als je mediations doet met de overheid aan tafel: warme èn koude emoties, weerstand, mandaat, volmachten en geheimhouding, hoe om te gaan met de media, en de waarde van het spreken van de taal van alle deelnemers. En ook hoe je een goed procesontwerp maakt voor dergelijke mediations waar vaak veel mensen bij betrokken zijn. Preventief inzetten van mediation - voordat er een conflict is - is ook iets dat uitstekend kan werken. Aan de hand van twee recente windmolen-voorbeelden in Abcoude en in Rijsbergen liet Jeroen Bartels vervolgens zien hoe gemeenten en burgers verschillend kunnen omgaan met kansen, bedreigingen, feiten en emoties dan wel het zoeken naar ‘wind-win’-situatie in de energietransitie.


Hoe hebben we het opgezet? De panelleden gingen vervolgens in gesprek aan de hand van vragen als:

  • wat maakt dat overheid, bedrijf en burgers tot een gedragen plan komen?

  • wat voegt een onafhankelijke procesbegeleider toe?

  • wat is ervoor nodig om zo iemand in te schakelen?

Theo trapte af: het helpt als partijen het goed met elkaar kunnen vinden en elkaar begrijpen. Is dat niet het geval, bijvoorbeeld wanneer tenminste een van de partijen al in de weerstand staat, dan is de kans groot dat het project mislukt. Binnen het Nationaal Programma RES is gestart met het vormen van een expertpool van procesbegeleiders, beleidsbemiddelaars en mediators die daarin een rol kunnen gaan spelen. Hoe goed moeten mensen elkaar dan kennen om samen energietransitie vorm te geven? Deze zomer zijn vanuit het hele land de 30 concept RESsen ingeleverd. In het algemeen lijkt erg goed te zijn samengewerkt, alhoewel er ook voorbeelden zijn waarbij partijen minder goed aangehaakt waren, waardoor het lastiger wordt om te komen tot realisatie.

Joost vult aan dat hij vanuit zijn wethouderschap veel soorten conflicten tegenkomt. Tussen buren wordt vanuit de gemeente de buurtmiddeling ingeschakeld. Gaat het om andere zaken dan kan het zijn dat er een procesbegeleider wordt aangesteld. Als voorbeeld noemt hij het windpark in de regio Rivierenland. Vanuit de gebiedstafel kwam geen voorkeurs alternatief. De initiatiefnemer heeft vervolgens zelf een procesbegeleider ingehuurd.

In de gemeente Deventer liep het weer anders, zo schetst Almar. Het doel van de wethouder was dat er twee windmolens moesten komen. Informatieavonden werden georganiseerd en een deel van de bevolking was fervent voorstander, een ander deel was fervent tegenstander. De oplossing werd erin gevonden dat de helft van de opbrengst van één van de windmolens was bestemd voor de omwonenden. Door het profijt dat elke bewoner daarvan had kunnen hebben, groeide het draagvlak. Belangrijk daarbij te melden is dat elke bewoner daarin een vrije keuze had.

Uit het panel gesprek spreekt duidelijk dat het inschakelen van een onafhankelijke procesbegeleider of mediator een brug kan slaan tussen de verschillende partijen en zo het proces kan bespoedigen. Randvoorwaarde volgens de panelleden is wel dat zo iemand de taal van allemaal spreekt. En dat daar ook een stukje inhoud bij hoort. Volgens de panelleden word je als gespecialiseerd mediator meer serieus genomen. Echt een belangrijke les vanuit de deskundigen uit het veld. Theo van Bruggen nodigt overheidsmediators en beleidsbemiddelaars uit om hierover met het Nationaal Programma RES (NPRES) het gesprek aan te gaan. Die handschoen pakken we graag op en als SMRO, BM en VMO zullen we hierover met een voorstel komen.

Inzichten verworven? Linda vat tot slot de belangrijkste lessen samen:

  • Spreek als mediator en procesbegeleider de taal van alle partijen, dat schept vertrouwen voor alle betrokkenen.

  • Mediators, procesbegeleiders en beleidsbemiddelaars kunnen vanuit de systematiek van ‘multi-door courthouse’ op maat en afhankelijk van de behoefte ondersteuning bieden aan overheden bij het voorkomen en oplossen van conflicten.

  • Emoties zijn een kans! Als mediator en procesbegeleiders+ zijn we gewend om te gaan met emoties en weerstand en hoe deze in te zetten voor een beter resultaat.

Dank Jeroen dankt tot slot alle betrokkenen.




17 keer bekeken

©2020 Stichting Mediation in Milieu en Ruimtelijke Ordening

KvK-nummer: 30160465